vrijdag 4 april 2008

De twee gezichten van Port Hedland

Tussenstop in Port Hedland. Vanaf het moment dat we de stad binnenrijden, heb ik er al een hekel aan. Hier zou ik nog niet dood gevonden willen worden. Port Hedland bestaat bij de gratie van de ijzerertsindustrie. Zo ongeveer elke inwoner werkt in de mijnen, rijdt rond in een auto van de mijnen en woont in een huis met een dak van okerrood golfplaat. Het ziet er niet uit. We zijn op zoek naar een gratis parkeer/picknick/slaapplek. Cemetery Beach ziet er bij daglicht mooi en goed onderhouden uit. Toiletblok, BBQ's, alles lijkt prima.

'S avonds parkeren we de van achter de struiken die de picknickplaats scheiden van de weg, om niet al te veel op te vallen. Claudia valt vrijwel direct in slaap. Onbegrijpelijk want ik vind de warmte niet te harden en ik word wakker van elk geluid. Ik voel me opeens niet meer zo op m'n gemak. We liggen onder een muskietennet met de zij- en achterdeur open. Wel erg onbeschermd. Ik lig al zeker een uur wakker als opeens een jonge Aboriginal langs de zijdeur loopt. Ik zit gelijk rechtop. Hij vraagt met een dikke tong om een sigaret. Sorry mate, ik rook niet. Hij wordt een beetje pissig, maar loopt in eerste instantie verder. Ondertussen uit hij allerlei obsceniteiten, die ik hier niet zal herhalen. Een ééncellige heeft meer hersens en een groter vocabulaire.

Ik kijk hem na door de achterklep. Dat zint hem niet. "What are you looking at?" en komt teruglopen. Oh fuuuuuuuck! Hij staat pal naast de zijdeur, voor Claudia die nog half slaapdronken is. "You think I was gonna rob you?" herhaalt hij een paar keer. Nou, uhm, eigenlijk wel ja. Mijn instinct - of is het verlammende angst? - dwingt me m'n mond te houden, hem niet meer aan te kijken en te gaan liggen. Negeren die handel en dan maar hopen dat hij weggaat. Ondertussen racen mijn gedachten alle kanten op. Waar is mijn mobiele telefoon? Voorin met de voordeuren op slot en een muskietennet ertussen. Oh great! Ik lig aan mijn matras genageld, ben doodsbang, voel me opgesloten door het muskietennet en besef me dat ik maar twee uitgangen heb, waarvan hij er eentje blokkeert. Wat als hij een mes heeft en Claudia wat aandoet? Hij pakt lukraak een tas onder het bed vandaan "You've got some needles?" Huh? Ook dat nog, een drugsgebruiker? Dan gebeurt wat ik niet verwacht: hij smijt de tas weg, geeft een goede trap tegen de van en loopt vloekend weg.

Mijn hart klopt in m'n keel. Claudia beseft nog steeds niet helemaal wat er allemaal is gebeurd en heeft het verhaal maar half meegekregen, terwijl ik er met mijn volle verstand bij was. Nu zegt mijn instinct "Wegwezen hier, wat als hij z'n vriendjes gaat halen? Ik zal hier geen oog meer dicht doen." Om 1 uur 's nachts rijden we rond op zoek naar een alternatief en eindigen voor de ingang van de camping. Daar worden we de volgende ochtend hardhandig weggejaagd als we stiekem een douche willen nemen omdat we $7,50 per douche te duur vinden. Dan maar terug naar Cemetery Beach. De plek des onheils ziet er op een zaterdagochtend weer lieflijk uit. Alsof afgelopen nacht nooit heeft plaatsgevonden. De grassproeiers zijn onze douche. Vanaf de uitkijk zien we schildpadden in de zee zwemmen en White Headed Eagles in de lucht zweven. Zo vreselijk als de nacht was, zo mooi is de ochtend. De twee gezichten van Port Hedland.

Geen opmerkingen: